Conclusies

Alle conclusies van de Raad voor de Journalistiek vanaf de eerste uitspraak in 1961 tot heden zijn hier te raadplegen. U kunt zoeken op diverse trefwoorden. De resultaten worden weergegeven op volgorde van relevantie.

In de meeste gevallen spreekt de Raad zich uit over de inhoud van een klacht. De Raad beoordeelt klachten dan als ‘gegrond’, ‘deels gegrond’, ‘deels ongegrond’ of ‘ongegrond’. Overigens luidden de eindconclusies van 2014-2022 ‘zorgvuldig’, ‘deels onzorgvuldig’ of ‘onzorgvuldig’. (zie het bericht: Raad voor de Journalistiek: van ‘onzorgvuldig’ naar ‘gegrond’)

In mei/juni 2021 heeft de Raad een lijst met overwegingen opgesteld die hij gebruikt bij de beoordeling van klachten over afgewezen verzoeken tot verwijdering of anonimisering van online publicaties. Het gebruik daarvan wordt nader uitgewerkt in de conclusies die zijn te vinden onder het trefwoord ‘aard van de publicatie – archivering/vergetelheid’.

Recente conclusies

2013/48 | Conclusie: 10/09/2013
Gegrond

X / de hoofdredacteur van De Telegraaf

Privacy

  • verdachten/veroordeelden

Aard van het medium

  • dagblad (landelijk) – print
Lees samenvatting

Het artikel “Roofreis op doktersrecept” gaat over de moeder en broer van klager. Zij zijn aangeduid met hun voornamen en initiaal van de achternaam. Verder zijn hun leeftijden, het beroep van de broer en de naam van de straat waarin hij woont vermeld. Op de foto’s bij het artikel is een dun balkje over hun ogen geplaatst. Klager vraagt zich af of een krant zoveel persoonlijke informatie mag verstrekken, zonder dat een veroordeling heeft plaatsgevonden. De Telegraaf heeft niet op de klacht gereageerd.
Volgens de Raad zijn de gezichten gemakkelijk herkenbaar gebleven. Door de combinatie van de foto’s en de vermelde gegevens kunnen de moeder en broer van klager eenvoudig worden geïdentificeerd en getraceerd buiten de kring van personen bij wie zij al bekend waren. Niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan dit journalistiek toelaatbaar moet worden geacht. De privacy van klagers moeder en broer is ongerechtvaardigd aangetast en verweerder heeft daarmee journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

2013/47 | Conclusie: 10/09/2013
Ongegrond

R. Glass / G. Tromp en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving
  • tendentieuze berichtgeving

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

Klager is carrousellid en hij maakt bezwaar tegen het artikel “Logies bij strand Castricum stap dichterbij”. Volgens hem is ten onrechte vermeld dat hij zijn echtgenote zou hebben gesteund, toen haar de mond werd gesnoerd op de vergadering waarvan verslag is gedaan. Voor de lezer is voldoende duidelijk dat de publicatie een beschrijving bevat van wat Tromp tijdens de openbare bijeenkomst heeft ervaren en waargenomen. Niet is gesteld dat klager zich mondeling heeft geuit. De interpretatie van Tromp aan klagers reactie wordt in ieder geval ondersteund door een aantal verklaringen en waarnemingen van deelnemers aan de bijeenkomst. Niet aannemelijk is geworden dat een verkeerd beeld of onzorgvuldige beschrijving is gegeven van wat op de carrouselvergadering is gebeurd. Bij berichtgeving van feitelijke aard, zoals verslagen van openbare bijeenkomsten, behoeft de journalist in beginsel geen wederhoor toe te passen. Klager heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het artikel zijn belang zodanig raakt dat wederhoor toch was geboden.

2013/46 | Conclusie: 10/09/2013
Ongegrond

M.A.H.M. Metze / R. Buitenhuis en de hoofdredacteur van Managementboek Magazine

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Aard van de publicatie

  • citaat

Aard van het medium

  • internet – algemeen
  • vak-/bedrijfsblad – print
Lees samenvatting

De klacht gaat over het artikel “Tien jaar Managementboekengala”. In het artikel wordt de heer Visser – directeur van Managementboek – geciteerd, die uitlatingen doet over klager. Het citaat bevat een weergave van wat Visser heeft ervaren van het gedrag van klager toen diens boek was genomineerd voor Managementboek van het Jaar. De uitlatingen zijn niet zodanig beschuldigend van aard dat klager daardoor wordt gediskwalificeerd. Verweerders hebben niet onzorgvuldig gehandeld door het citaat te publiceren zonder wederhoor bij klager toe te passen.

2013/44 | Conclusie: 16/08/2013
Gegrond

R.J. Schulp / W.F. Mes en de hoofdredacteur van de Roskam

Journalistieke werkwijze

  • bronnen
  • hoor en wederhoor

Aard van het medium

  • nieuwsblad – print
Lees samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen het artikel “Het dossier Schulp tekent moreel echec kunstsector” met de onderkop “Klunzende en beunende cultuurpausen, wethouders en ambtenaren”.
Volgens de Raad is duidelijk dat aan het artikel een gedegen onderzoek van verweerders ten grondslag ligt. Vast staat ook dat drie van de vier in het artikel geuite ernstige beschuldigingen nooit aan klager zijn voorgelegd. De beschuldigingen zijn deels afkomstig van bronnen met welke klager zakelijk of anderszins in conflict is (geweest). Doorgaans kan niet worden uitgesloten dat de beschuldigde aantoonbaar kan weerleggen wat uit bronnenonderzoek naar voren komt of lijkt te komen. Het verweer dat in dit geval geen wederhoor kon worden toegepast omdat klager dan mogelijk ongemerkt veranderingen zou aanbrengen in diverse administraties van organisaties en overheidsinstanties – waar hij niet (meer) werkzaam is – acht de Raad niet steekhoudend. Door de beschuldigingen aan klagers adres te publiceren, zonder klager in de gelegenheid te stellen hierop te reageren, hebben verweerders journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

2013/45 | Conclusie: 16/08/2013
Afgewezen

M. Poel – verzoeker inzake herziening uitspraak RvdJ 2013/19 / T. van den Berg en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia

Procedure

  • herziening

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

Verzoeker heeft een klacht ingediend over de column “Herenleed”. De Raad heeft de klacht ongegrond verklaard (RvdJ 2013/19). Verzoeker heeft verzocht om herziening van deze uitspraak. Kern van het verzoek is dat verzoeker zich niet kan vinden in het oordeel van de Raad. Niet aannemelijk is geworden dat de Raad zijn uitspraak op basis van onjuiste constateringen heeft gedaan. Verzoeker somt in zijn verzoekschrift slechts een aantal feiten en bezwaren op die ten tijde van de beoordeling van de Raad reeds bekend waren en als zodanig zijn meegewogen bij de beoordeling van de klacht. Dat verzoeker zich niet kan vinden in het oordeel van de Raad is onvoldoende om een verzoek tot herziening gegrond te verklaren.

2013/42 | Conclusie: 16/08/2013
Onbevoegd

A. Fassbind / de hoofdredacteur van OperaNederland.nl

Procedure

  • bevoegdheid

Aard van het medium

  • internet – algemeen
Lees samenvatting

De klacht betreft een recensie op de website www.operanederland.nl over de door klager geschreven Duitstalige biografie “Joseph Schmidt – Sein Lied ging um die Welt”.
Verweerder heeft onweersproken gesteld dat hij niet tegen betaling meewerkt aan de inhoud van de website en ook overigens niet beroepsmatig handelt. Volgens de Raad is dan ook geen sprake van journalistieke werkzaamheden. De klacht heeft dus geen betrekking op een ‘journalistieke gedraging’, zodat de Raad niet bevoegd is daarover te oordelen.

2013/43 | Conclusie: 16/08/2013
Ongegrond

Stichting S.O.S. / G. Dahhan, E. Mulder, P. Ramesar en de hoofdredacteur van Trouw

Journalistieke werkwijze

  • bronnen
  • hoor en wederhoor

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving
  • tendentieuze berichtgeving

Aard van het medium

  • dagblad (landelijk) – print
Lees samenvatting

Op 5 en 6 april 2013 zijn in de papieren editie en op de website van Trouw artikelen verschenen over vermeende banden tussen klaagster en gewapende groeperingen in Syrië. Kern van de klacht is dat in de publicaties onjuist, eenzijdig en tendentieus over klaagster is bericht en dat klaagster onvoldoende gelegenheid tot wederhoor is geboden.
Volgens de Raad hebben verweerders voldoende aannemelijk gemaakt dat op basis van hun onderzoek aanleiding bestond om te berichten over klaagster zoals zij hebben gedaan. Hoewel niet kan worden uitgesloten dat enkele beschreven details feitelijk onjuist zijn, is niet gebleken dat verweerders daarmee journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld. Verder staat vast dat verweerders contact hebben opgenomen met klaagster. Daarbij is een meningsverschil ontstaan over de voorwaarden waaronder klaagster bereid was mee te werken aan een interview. Gebleken is dat zowel verweerders als klaagster bereid zouden zijn geweest een interview te houden waarvan geluidsopnamen (geen beeldopnamen) werden gemaakt. Ten tijde van de onderhandeling hebben partijen echter niet tot deze afspraak kunnen komen, waarna klaagster heeft afgezien van medewerking. Daarna hebben verweerders gemeld een e-mail te zullen sturen. Klaagster had dan ook kunnen weten dat de mogelijkheid bestond dat haar op korte termijn via deze weg vragen zouden worden voorgelegd. Verweerders hebben een weliswaar korte, maar niet onredelijk korte, deadline gesteld. Klaagster had op de e-mail kunnen reageren met een verzoek om enig uitstel voor beantwoording daarvan. Niet kan worden geoordeeld dat verweerders de journalistieke norm van hoor en wederhoor hebben geschonden. Daarbij weegt de Raad mee dat Mulder op 5 april tevergeefs heeft gebeld met de voorzitter van klaagster met het verzoek alsnog zijn weerwoord te geven, opdat dit kon worden meegenomen in een publicatie van 6 april 2013.  De Raad ziet ook verder in door klaagster aangevoerde argumenten geen grond voor de conclusie dat verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

2013/39 | Conclusie: 07/08/2013
Gegrond

X / de hoofdredacteur van Meldpunt! (Omroep Max)

Privacy

  • televisie
  • verdachten/veroordeelden

Feitenweergave

  • tendentieuze berichtgeving

Aard van de publicatie

  • live-uitzendingen

Aard van het medium

  • omroep (landelijk publiek) – televisie
Lees samenvatting

In een uitzending van Meldpunt! is aan de orde gesteld dat sommige ouderen financieel worden uitgebuit c.q. opgelicht door mensen in hun nabije omgeving. In dat verband is uitgebreid aandacht besteed aan een zaak waarbij klaagster is betrokken. Er is een deel van een proces-verbaal van aangifte in beeld gebracht, waarop de naam van klaagster zichtbaar is.
Volgens de Raad was het in dit geval niet nodig om de naam van klaagster in beeld te brengen. Dit heeft verweerder ook erkend en het siert hem dat hij daarvoor excuses heeft aangeboden. Overigens was de uitzending, gezien alle omstandigheden, ook zonder het in beeld brengen van de naam van klaagster te veel tot haar herleidbaar geweest. Verder zijn de beschuldigingen te stellig gebracht. Op het moment van de uitzending was slechts een aangifte gedaan (die later is geseponeerd). Door de wijze van berichtgeving zal de kijker zich moeilijk aan de indruk hebben kunnen onttrekken dat de beschuldigingen aan het adres van klaagster feitelijk juist waren. Aangezien de aangifte nog niet was onderzocht, had het op de weg van verweerder gelegen om meer terughoudend over de kwestie te berichten. Al met al heeft verweerder de belangen van klaagster ongerechtvaardigd geschaad en journalistiek onzorgvuldig jegens haar gehandeld.

2013/41 | Conclusie: 07/08/2013
Deels gegrond

J.A. Flecha / R.-J. Friele, M. Misérus en de hoofdredacteur van de Volkskrant

Journalistieke werkwijze

  • bronnen

Rectificatie/ weerwoord

  • rectificatie

Aard van het medium

  • dagblad (landelijk) – print
Lees samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen het artikel “Juan Antonio Flecha was klant van dopingarts Fuentes”. Hij heeft allereerst gesteld dat de publicatie diverse ernstige beschuldigingen aan zijn adres bevat, gebaseerd op anonieme bronnen, terwijl voor die beschuldigingen onvoldoende grondslag bestaat.
De Raad acht het begrijpelijk dat verweerders bepaalde informatie alleen onder plicht van geheimhouding konden verkrijgen en dat het niet mogelijk was die bronnen in het artikel bekend te maken. Bovendien is voldoende aannemelijk geworden dat verweerders uitgebreid onderzoek hebben gedaan naar en aandacht hebben besteed aan de betrouwbaarheid van de anonieme bronnen en de door hen verstrekte informatie. In zoverre is de handelwijze van verweerders niet journalistiek ontoelaatbaar.
Echter, verweerders hebben ervoor gekozen de beschuldigingen aan het adres van klager niet toe te schrijven aan bepaalde bronnen, maar als vaststaande feiten te presenteren. Zij hadden in het artikel meer inzicht moeten geven in het door hen verrichte onderzoek en het beschikbare bronnenmateriaal; dat hebben zij onvoldoende gedaan. In de publicatie is niet verantwoord waarop de ernstige beschuldiging ten aanzien van klager is gebaseerd, zodat zulks dit voor de lezers onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar is. Hierdoor hebben verweerders op dit punt journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
Voor zover klager heeft gesteld dat verweerders ten onrechte geen rectificatie hebben geplaatst, is de klacht ongegrond. In de berichtgeving ontbreekt weliswaar een deugdelijke onderbouwing van de beschuldigingen aan het adres van klager, maar verweerders hebben aannemelijk gemaakt dat voldoende grondslag bestond voor de inhoud van de publicatie. Zij waren dan ook niet verplicht een inhoudelijke rectificatie te plaatsen.

2013/40 | Conclusie: 07/08/2013
Gegrond

Stichting Wereld Dorpen voor Kinderen / O. van Joolen en de hoofdredacteur van De Telegraaf

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving
  • tendentieuze berichtgeving

Aard van het medium

  • dagblad (landelijk) – print
Lees samenvatting

De klacht gaat over het artikel “Volop staatssteun voor ‘goede’ doelen” met de bovenkop “Waslijst van dubieuze stichtingen”. Klaagster meent dat de berichtgeving eenzijdig, onjuist en tendentieus is. Volgens haar had dit voorkomen kunnen worden door zorgvuldig onderzoek en juiste toepassing van wederhoor. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
De Raad stelt vast dat klaagster in verband wordt gebracht met vermeende dubieuze organisaties voor goede doelen. Uit de stukken blijkt dat Van Joolen klaagster in de gelegenheid heeft gesteld om te reageren en daarbij heeft verwezen naar een bericht van het CBF uit 2006. Het artikel is ten aanzien van klaagster zeer kritisch. De indruk wordt gewekt dat sprake is van agressieve wervingsmethoden en wellicht onoorbare praktijken. Het bericht van het CBF biedt hiervoor geen grondslag. Bovendien hebben verweerders ten onrechte onvermeld gelaten dat het bericht van het CBF uit 2006 dateert. Daarbij komt dat klaagster een summiere reactie heeft gegeven binnen de door verweerders gestelde, zeer korte, termijn. Die reactie is echter op geen enkele wijze in het artikel verwerkt. Verweerders hebben journalistiek onzorgvuldig jegens klaagster gehandeld.