Conclusies

Alle conclusies van de Raad voor de Journalistiek vanaf de eerste uitspraak in 1961 tot heden zijn hier te raadplegen. U kunt zoeken op diverse trefwoorden. De resultaten worden weergegeven op volgorde van relevantie.

In de meeste gevallen spreekt de Raad zich uit over de inhoud van een klacht. De Raad beoordeelt klachten dan als ‘gegrond’, ‘deels gegrond’, ‘deels ongegrond’ of ‘ongegrond’. Overigens luidden de eindconclusies van 2014-2022 ‘zorgvuldig’, ‘deels onzorgvuldig’ of ‘onzorgvuldig’. (zie het bericht: Raad voor de Journalistiek: van ‘onzorgvuldig’ naar ‘gegrond’)

In mei/juni 2021 heeft de Raad een lijst met overwegingen opgesteld die hij gebruikt bij de beoordeling van klachten over afgewezen verzoeken tot verwijdering of anonimisering van online publicaties. Het gebruik daarvan wordt nader uitgewerkt in de conclusies die zijn te vinden onder het trefwoord ‘aard van de publicatie – archivering/vergetelheid’.

Recente conclusies

2013/58 | Conclusie: 06/12/2013
Ongegrond

X / de hoofdredacteur van de PZC

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving

Aard van de publicatie

  • rechtbankverslag/verslaggeving rechtszaken

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen het artikel “Politie Zeeland wint zaak bonnenjager”, dat gaat over juridische verwikkelingen tussen de politie en het juridisch adviesbureau van klager.
Volgens de Raad heeft de krant de uitspraak van de Raad van State, waarop het artikel is gebaseerd, op een juiste journalistieke wijze vertaald, zowel in de kop als in het artikel. Met de samenvatting is geen andere betekenis of lading aan de feiten gegeven, dan in de gebruikte bron. Dat daarbij de praktijk van klager is aangeduid als ‘bonnenjager’ is – bezien in de context – journalistiek toelaatbaar. Nu het gaat om een weergave van een gerechtelijke uitspraak was het toepassen van wederhoor niet nodig. De door de politie ingenomen standpunten zijn duidelijk als zodanig weergegeven. Niet is gebleken dat bij de totstandkoming van het artikel sprake is geweest van vooringenomenheid. Er is geen reden voor de conclusie dat de krant journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

2013/57 | Conclusie: 06/12/2013
Niet-ontvankelijk / Ongegrond

X / de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad

Privacy

  • vermelding persoonlijke gegevens

Procedure

  • ontvankelijkheid

Aard van de publicatie

  • rechtbankverslag/verslaggeving rechtszaken

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

In het Brabants Dagblad zijn diverse artikelen gepubliceerd die gaan over bestuursrechtelijke procedures, waarbij klager is betrokken. De krant heeft niet onzorgvuldig gehandeld door klagers naam te vermelden in het artikel “Udense broers tegenover elkaar voor de bestuursrechter om oprit”. Dat is namelijk in berichtgeving over een bestuursrechtelijke procedure journalistiek gebruikelijk en toelaatbaar. Het zou de redactie hebben gesierd als zij, gelet op eerder door klager geuite bezwaren, in het artikel had vermeld dat klager als ‘derde belanghebbende’ en niet zozeer als partij bij de procedure was betrokken. Verder had in de brief aan klager tot uiting kunnen worden gebracht, dat de redactie ingediende klachten serieus neemt. Dat een en ander niet is gebeurd, maakt echter niet dat de klacht alsnog gegrond is. Voor zover klager bezwaar heeft gemaakt tegen artikelen die vóór 20 november 2012 in de krant zijn verschenen, heeft hij zijn klacht niet op tijd ingediend en is hij in zijn klacht niet-ontvankelijk.

2013/56 | Conclusie: 25/11/2013
Ongegrond

X / de hoofdredacteur van Resource

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving

Rectificatie/ weerwoord

  • ingezonden brieven

Aard van het medium

  • vak-/bedrijfsblad – print
Lees samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen de artikelen “Ombudsman: Wageningen liet oren hangen naar opdrachtgever” en “’Conflict brengt de wetenschap verder’”, waarin is bericht dat klager – als onderzoeker van Wageningen UR – een klokkenluidersmelding heeft gedaan. Volgens de Raad zijn de essentie van het oordeel van de Nationale ombudsman en de strekking van de gerechtelijke uitspraak over de ontbinding van klagers arbeidsovereenkomst op adequate wijze weergegeven. Het tweede artikel behelst verder een weergave van een interview met een hoogleraar. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. De uitspraken van de hoogleraar zijn niet zodanig beschuldigend van aard dat klager daardoor wordt gediskwalificeerd. Verweerder behoefde geen wederhoor bij klager toe te passen. Bovendien is klager de mogelijkheid geboden tot het plaatsen van een ingezonden brief. Het is gebruikelijk en journalistiek toelaatbaar dat daarbij de toegestane lengte van de brief wordt beperkt. Klager had zelf zijn brief kunnen inkorten, maar heeft dat niet gedaan.

2013/55 | Conclusie: 25/11/2013
Gegrond

P. Overgaauw / Y. van de Meent en de hoofdredacteur van het Onderwijsblad

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Feitenweergave

  • tendentieuze berichtgeving

Aard van het medium

  • vak-/bedrijfsblad – print
Lees samenvatting

De klacht gaat over het artikel “School voelt zich uitgekleed door consultancybureau”, waarin meerdere personen zich zeer negatief over klager hebben uitgelaten. Die uitlatingen zijn zodanig beschuldigend van aard dat klager daardoor wordt gediskwalificeerd. Verweerders hadden dan ook voorafgaand aan de publicatie wederhoor bij klager moeten toepassen. Dat zij beoogden de werkwijze van het consultancybureau aan de orde te stellen en in hun optiek klager daarbij slechts zijdelings een rol speelt in het artikel, doet daaraan niet af.
Dat verweerders hebben aangeboden in het volgende nummer van het Onderwijsblad dan wel in een latere editie door middel van een ingezonden brief een reactie van klager te publiceren, is onvoldoende om te spreken van deugdelijke toepassing van wederhoor.

2013/53 | Conclusie: 20/11/2013
Ongegrond

X / Simpel Media B.V.

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving

Aard van het medium

  • omroep (commercieel) – televisie
Lees samenvatting

In het programma Ontvoerd is aandacht besteed aan het zoeken en terughalen van de dochter van klager, die zich samen met klager in Turkije bevond. Voor zover klager namens zijn dochter bezwaar heeft gemaakt overweegt de Raad allereerst dat klager naar zijn zeggen over zijn dochter mede het ouderlijk gezag heeft. De uitzending is tot stand gekomen met de uitvoerige medewerking van de ex-vrouw van klager, die kennelijk eveneens het ouderlijk gezag over de dochter heeft. Onder deze omstandigheden acht de Raad het niet gepast de klacht op dit punt te beoordelen en onthoudt hij zich van een oordeel.
Verder heeft klager gesteld dat de uitzending onzorgvuldig is gemaakt, doordat niet waarheidsgetrouw is gehandeld. Volgens de Raad is voor de kijker duidelijk dat het geschetste beeld over de achtergrond van de kwestie de persoonlijke visie van de ex-vrouw van klager betreft. Bovendien is klager eveneens aan het woord gelaten en is zijn verhaal aan bod gekomen. Het moet voor klager duidelijk zijn geweest wat de strekking en inhoud van het programma zouden zijn. Hij heeft vervolgens daaraan zijn medewerking verleend. Er bestaat daarom geen aanleiding voor de conclusie dat verweerder journalistiek onzorgvuldig ten opzichte van klager heeft gehandeld.

2013/54 | Conclusie: 20/11/2013
Gegrond

X / R. Dames en Keydocs B.V.

Privacy

  • televisie
  • verdachten/veroordeelden

Aard van het medium

  • omroep (landelijk publiek) – televisie
Lees samenvatting

In de documentaire “De Sekspolitie”, die in januari 2013 is uitgezonden, is de zedenpolitie Haaglanden gevolgd. Voorafgaand aan de uitzending zijn een korte en een lange trailer van de documentaire getoond. Kern van klagers bezwaar is dat hij, ondanks het intrekken van zijn toestemming, herkenbaar in beeld is gebracht als verdachte.
Klager is – in ieder geval in de korte trailer – herkenbaar in beeld gebracht. Verweerders hebben aangevoerd dat klager daarvoor toestemming had gegeven en die toestemming pas na uitzending van de trailer heeft ingetrokken. Door wat klager heeft aangevoerd en de door hem overgelegde stukken is echter aannemelijk geworden dat hij – via zijn toenmalige advocaat – al in het voorjaar van 2012 aan een medewerkster van Keydocs B.V. heeft meegedeeld dat hij zijn toestemming voor het uitzenden van de opnamen heeft ingetrokken. De Raad meent daarom dat de privacy van klager ongerechtvaardigd is aangetast en dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

2013/52 | Conclusie: 12/11/2013
Ongegrond

X en Y / de hoofdredacteur van Nieuwsuur (NOS/NTR)

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Aard van het medium

  • omroep (landelijk publiek) – televisie
Lees samenvatting

De klacht gaat over het item “Erfenissen bron van familieruzies”. Daarin zijn beelden getoond van een interview met de zus van klagers over een binnen hun familie afgewikkelde erfenis. Kern van de klacht is dat ten onrechte geen wederhoor bij klagers is toegepast en dat ten onrechte is gemeld dat de oudste broer van de reportage op de hoogte is gesteld.
In een telefoongesprek voorafgaand aan de uitzending is in ieder geval met X besproken dat aandacht zou worden besteed aan de afwikkeling van de erfenis binnen de familie van klagers en dat de zus van klagers daarover aan het woord zou komen. Uit de lezingen van beide partijen volgt dat X heeft laten weten dat hij het geschil niet op televisie wilde uitvechten, dat hij het gesprek positief heeft afgesloten met de woorden “Ik hoop dat het haar heeft opgelucht” en dat hij de redactrice niet heeft gewaarschuwd voor de mogelijk door zijn zus gedane c.q. nog te uiten beweringen. Het gaat om een langdurig conflict tussen klagers en hun zus, zodat X had kunnen weten dat zijn zus een voor klagers onwelgevallig standpunt in zou nemen. Het had daarom op zijn weg gelegen om uit eigen beweging iets van zijn bezwaren naar voren te brengen, óók terwijl hij kennelijk de indruk had (al dan niet terecht) dat de reportage al was gemaakt. Het zou de redactie hebben gesierd als zij na het opnemen van het item – waardoor de inhoud en strekking van de uitlatingen van de zus van klagers kwamen vast te staan – nog op enigerlei wijze contact had opgenomen met klagers. Gezien alle omstandigheden kan het feit dat klagers niet inhoudelijk hebben gereageerd, echter de redactie niet worden verweten.

2013/51 | Conclusie: 06/11/2013
Ongegrond

X / S. van Beek, H. Lensink en de hoofdredacteur van Vrij Nederland

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving
  • tendentieuze berichtgeving

Aard van het medium

  • opinietijdschrift – print
Lees samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen het artikel “Een opgeblazen zaak; De bedreiging van [X]”. Volgens klager is onjuist, eenzijdig en tendentieus over hem bericht en is onvoldoende wederhoor toegepast.
Volgens de Raad hebben verweerders voldoende aannemelijk gemaakt dat aanleiding bestond om te berichten over klager zoals zij hebben gedaan. Zij hebben uitgebreid bronnenonderzoek verricht voorafgaand aan de publicatie en voldoende onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Er is geen causaal verband gelegd tussen het beschreven rijksrechercheonderzoek naar klager en zijn vervroegde pensionering. Hoewel de vermelding van de vervroegde pensionering een enigszins negatieve connotatie heeft, is deze niet journalistiek onaanvaardbaar. Verder is niet gebleken dat het artikel relevante feitelijke onjuistheden bevat. Bovendien is aannemelijk geworden dat verweerders diverse pogingen hebben ondernomen om in het kader van wederhoor contact met klager te krijgen. Klager heeft niet betwist dat Van Beek hem herhaaldelijk heeft benaderd. Dat klager Van Beek, om hem moverende redenen, niet te woord heeft willen staan kan verweerders niet worden tegengeworpen.

2013/50 | Conclusie: 29/10/2013
Gegrond

X / de hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving
  • tendentieuze berichtgeving

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

De klacht betreft het artikel “X in cassatie om zorgfraude”, waarin is vermeld dat klager ‘minstens vijf miljoen euro [heeft] weggesluisd naar bankrekeningen ondermeer in Zwitserland’. Volgens klager is deze bewering onjuist en tendentieus, alsook schadelijk en grievend voor hem en zijn familieleden.
De Raad meent dat het op de weg van de krant had gelegen enige nuance aan te brengen, aangezien klager tot nu toe deels is vrijgesproken van de beschuldigingen. De passage waartegen klager bezwaar maakt, is te stellig. Volgens de uitspraak van het gerechtshof is klager niet veroordeeld voor het wegsluizen van een bedrag ter hoogte van vijf miljoen euro naar Zwitserse bankrekening(en). En ook contextueel gelezen leidt de uitspraak niet tot die stellige bewering. Bij de gemiddelde lezer is de indruk gewekt dat over vaststaande feiten is bericht. De uitspraak van het gerechtshof is veel genuanceerder dan de door verweerder gegeven samenvatting. Bovendien is nog geen sprake van vaststaande feiten, nu klager in cassatie gaat. De krant heeft ervoor gekozen om de uitspraak in eigen woorden samen te vatten. Hoewel dit de begrijpelijkheid ten goede kan komen, moet daarmee zorgvuldig worden omgegaan, zeker waar het gerechtelijke uitspraken betreft die met grote nauwkeurigheid van woordkeuze plegen te worden opgezet. Voorkomen moet worden dat de samenvatting van dien aard is dat daarmee een andere betekenis c.q. lading aan de feiten wordt gegeven, dan in de gebruikte bron. Voor zover de krant ervan overtuigd is dat klager zich wel degelijk heeft schuldig gemaakt aan het wegsluizen van miljoenen euro’s naar Zwitserse bankrekeningen, had verweerder duidelijk kenbaar moeten maken dat het zijn mening betreft. De krant had dit niet als feit mogen poneren. Met de formulering van het artikel is de krant onzorgvuldig geweest.

2013/49 | Conclusie: 29/10/2013
Ongegrond

X en Y / G. Dijkstra, J. de Kleine en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor
  • selectie van nieuws

Feitenweergave

  • tendentieuze berichtgeving

Rectificatie/ weerwoord

  • weerwoord

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

Klagers maken bezwaar tegen het artikel “Pestincident Montessorischool leidt tot nemen maatregelen”. Zij menen dat de publicatie onjuist, eenzijdig en tendentieus is en dat hen ten onrechte geen gelegenheid tot wederhoor is geboden.
Volgens de Raad stond het de journalisten vrij een artikel te schrijven waarin in hoofdzaak wordt belicht welke maatregelen de school(leiding) heeft genomen om nieuwe incidenten te voorkomen. De krant was niet gehouden een gedetailleerde reconstructie te publiceren over wat heeft plaatsgevonden op de school en/of het specifieke voorval waarbij de dochter van klagers was betrokken, nader te beschrijven. Dat voorval is kort, zakelijk en volledig geanonimiseerd aangehaald in een citaat van de directeur van de school. Het is daarom ook begrijpelijk en journalistiek aanvaardbaar dat klagers niet om wederhoor is gevraagd. Verder is niet gebleken dat bij de totstandkoming van het artikel sprake is geweest van een ontoelaatbare belangenverstrengeling. De Raad kan zich voorstellen dat klagers – vanwege hun betrokkenheid bij het onderwerp – zich niet (geheel) in de publicatie konden vinden. Verweerders zijn echter op een passende wijze omgegaan met de bezwaren van klagers. De (hoofd)redactie heeft klagers gevraagd of zij een ingezonden brief willen plaatsen en de bereidheid getoond de reactie van klagers in een vervolgartikel te verwerken. Aldus is een constructief voorstel gedaan om aan de bezwaren van klagers tegemoet te komen. Dat klagers hier geen gebruik van hebben willen maken kan verweerders niet worden verweten. Er is niet journalistiek onzorgvuldig ten opzichte van klagers gehandeld.